Home 2015 Africa
Category:

2015 Africa

Onze reis zit er bijna op.

De laatste twee dagen waren we gast bij Hans en Gea Sportel van Limo Hire Zambia. Hier parkeren we onze Defender tot volgend jaar. Hans en Gea wonen inmiddels 28 jaar in Zambia en verhuren complete Toyotas aan mensen die op eigen gelegenheid willen rond touren. We hebben een snelle indruk gekregen hoe ze als Nederlanders in Afrika met allen problemen en kansen een bedrijf voeren.

Onze Laro heeft het weer prima gedaan. Het heeft wel lang geduurd voor we al het rode stof uit de auto kregen. Moeilijk hem nu  weer achter te laten.


We zitten nu op het vliegveld ons Zambiaanse internet bundeltje op te maken en stappen zo in het vliegtuig – terug in een andere wereld.

 Onze route staat op www.pamoja.eu/over-ons/route

0 FacebookWhatsappTelegramEmail

We zijn in Lusaka en hier valt de stroom steeds uit. Het zijn geen storingen, maar de stroom wordt bewust door het netwerk uitgezet. Dit is sinds 3 maanden zo erg dat de stroom niet zo maar een ochtend of een avond weg is, maar dat het ook zo maar 4 dagen wegens “onderhoud” wordt uitgeschakeld. De ondernemers worden hier natuurlijk wanhopig van. 

In de stad stinkt het naar uitlaatgassen want alle “westerse” bedrijven willen hun gasten wel kunnen bedienen en zettenaggregaten in. Maar een flink agregaat kost zomaar euro 200,- per dag aan brandstof. 

De formele reden voor de ontbrekende electriciteit is het te kort aan water in de meren. 

  
Hierdoor werken de hydropower centrales niet. De bevolking ziet echter dat electricieit gewoon nog steeds geexporteeteerd wordt naar Nambie, Zuid Africa, Malawie en Zimbabwe. Tja, die betalen in US Dollars en deze harde valute sluist de president dan zo door naar het buitenland. 

De bedrijven en de bevolking lijden hier onder. 

Het schijnt in Zambia sowieso niet goed te gaan. De president heeft, zoals  bijna ieder Afrikaans land een idioot groot ambtenaren apparaat. Neefjes en ooms van ambtenaren zijn verzekerd van baantjes bij de overheid. De president  komt continue geld te kort, maar ach, er komt altijd nieuw geld van donorlanden. Die hebben, net als Nederland, een vast percentage van de begroting voor ontwikkelingshulp gereserveert en dat moet telekns weer op. 

Hij was hiervoor minister van defensie en toen hij premier werdt heeft hij deze functie ook gewoon gehouden. 

Volgend jaar zijn formeel verkiezingen en omdat zijn kansen erg slecht zijn gaat het gerucht dat hij zoveel onrust wil kweken dat hij de nootoestand kan uitroepen. Zijn eerste actie zal vervolgens zijn het uitstellen van de verkiezingen. 

   

0 FacebookWhatsappTelegramEmail

Zambia is het land van de watervallen. Ze hebben ze zelfs op de nationale vlag gezet. Toch worden we door volgers van ons blog gevraagt waarom het land voor touristen niet echt aantrekkelijk is. Het heeft toeristisch sterke buurlanden, zo als Botswana en Tanzania en wordt vooral als transferland tussen deze twee landen gebruikt. Natuurparken zijn niet echt spektakulair terwijl de Lower Zambezi NP nog steeds tot een van onze favoriete natuurparken telt. De attrakties van Zambia zijn zeker de mooie watervallen, waarvan de meesten tot een National herritage gebieden zijn verklaard.

Voor de wereldberoemde Victoria Falls worden, terecht, hoge entreeprijzen gevraagd. Maar vervolgens vraagt de overheid voor iedere waterval belachelijk veel entree geld. Bij iedere waterval zouden we met ons vieren gemiddeld 125 US moeten betalen – om misschien een uurtje de waterval van drie verschillende vieuwpoints te bekijken.

We staan nu bij Mumbuluma falls en uiteindelijk betalen we maar 65 US inclusief Kamperen ( zonder faciliteiten). Een aardige bewaker brengt ons brandhout en wij koken iets eten voor hem mee. Als we het naar hem toe brengen zit hij net met zijn vrouw het eten te bereiden: er hangt opgespiest bat, een “vliegende hond” ( een vleermuis zo groot als een kat) over het vuur en ze braad 6 visjes zo groot als een duim in een kleine pan. Een mager avondeten – wat naast pap ( gekookte maismeel ) de enige maaltijd blijkt te zijn. Maar hij heeft wel werk, werk voor de overheid, hij is bewaker bij een herritage area.

Die mensen die werk hebben verdienen net genoeg dat het geld voor de basis behoeftes zo als voedsel, water en onderdak voor elke dag voldoende is. We zitten met de jongens wat aangeslagen aan het kampvuur en bespreken hoeveel dagen een gemiddelde Europeaan maar voor deze basis behoeftes moet werken!!!! En de rest van de werkdagen? Voor flatscreen, laptop, glasvezel internet, mobiel met databundel, kleding en auto.

We zien intussen wel hoe de mensen op verschillende manieren proberen geld te verdienen.

Hier verzamelt een man één keer per dag jerrycans van dorpbewoners en fietst of loopt somst tientallen kilometers om voor een paar kwacha’s water te halen.

 Op de markten en langs de straat word houtskool, tomaten, zuikerriet of aardappels verkocht.

 

 Omdat het meer geld in de steden opbrengt transporteren ze vaak per voet, fiets, brommer of met een overbezette bus, hun waren naar de stad.

 Vrachwagens verkopen of ruilen benzine aan mensen langs de weg die deze dan iets duurder verder verkopen.

 De overheid laat zich alles in US dollars betalen. De eigen munteenheid is erg gevoelig voor inflatie. Zo hebben ze bijvoorbeeld in Zambia drie nullen aan de munteenheid toegevoegt en een brood kost nu hier 2000 zambian kwatchas. De overheid, “big men” hebben hier de macht en laten dit ook echt duidelijk zien. De dollars worden  het land uitgebracht en op buitenlandse banken  parkeerd.  

Er zijn opvallend veel scholen en we zien er vele nog in aanbouw. Elke school heeft hier in Zambia een eigen “motto” wat op de naamborden wordt weergeven. Mooi te lezen, zo als “Teaching children builds the nation” of “determination is the key of success” of “many pieces make a bundle” ……

  We komen een organisatie tegen die zich ervoor inzet dat ook de meisjes naar school blijven gaan.

 Tegelijk is de overheid bijvoorbeeld in zuidafrika begonnen jonge moeders met 300 rand =21 euro per maand uitkering te steunen. Met het resultaat dat er nu weer meer meisjes erg jong babies krijgen om met die paar extra rands voor het onderhoud van haar hele familie te zorgen.

Opvallend is hoeveel moskeeën met name in Tanzania worden gebouwd. Vaak werden we vroeg wakker gemaakt door de oproep tot gebed. We ontmoeten twee Zwitsers die 26 jaren geleden 1,5 jaren door Afrika zijn getrokken. Ze hadden toen nauwelijks versluierte vrouwen nog moskeeën   gezien en zijn nu verrast hoe de islaam zich hier verspreid heeft. Op de mooiste plek van een dorpje staat een christelijke kerk. Vele van hun hebben een stuk metaal of een oude velg van een vrachtwagen als kerkklok.

 In het noorden van Zambia staan vele “kingdom halls van Jehova’s wittnesses”. Op een kleine weg in het westen van Tanzania ontmoeten we twee terrainauto’s. Eruit stappen een paar blanke mannen met tatoo’s en kettingen en een paar jonge meisjes die op vrijwillegers lijken. We lunchen samen en verbijsterd horen we dat het een groep “missionarissen” zijn. Ze vertellen ons dat ze de auto’s gaan parkeren en een halve dag naar een dorpje gaan hiken waar nog nooit een blanke is geweest. Ze willen daar een filmpje over Jesus laten zien en ze over het christendom vertellen. Als we ze zeggen dat ze daarmee nog een flinke uitdaging hebben omdat er in dit gebied meer en meer moslims leven antwoord eentje van hun: “maar we gaan hun de waarheid vertellen”. Ik kijk Vincent aan: de waarheid? Ik dacht het ging om geloven!!!

 Vele Afrikanen geloven daarnaast nog steeds aan de kracht van geesten. Dit geloof is vaak sterker dan het vertrouwen in de resultaaten van de wetenschap of van wetten of rechten van de overheid. Twee jaren geleden hadden Louise en Chris, eigenaren van een Lodge, een erg goede medewerker uit het dorp Kipili. Lammek had ons zijn open houding en humor erg goed geholpen en had ook een flinke fooi van ons gekregen. Lammek werkte er nu niet meer en Louise vertelt ons zijn verhaal: nadat zijn moeder was overleden was hij erg verdrietig en werd van week te week zwakker en voelde zich ziek. Een dokter kon geen medische oorzaak voor vinden. Daroom ging hij naar een “witch-doctor” – een medicijnman van zijn dorp. Deze zij dat er iemand in de Lodge waar hij werkt hem heeft betoverd en hem nu kwaad wil doen om zijn baan te krijgen. Lammek zij daarop meteen zijn baan op. Een tijdje later ging het weer beter met hem. Voor Louise is het nu erg moelijk nieuwe medewerkers uit het dorp te vinden.

Twee Zuid Afrikanen beschrijven ons de huidige situatie in hun land. De zwarte overheid beperkt de rechten van de blanke Zuid-Afrikanen – apartheid maar nu de andere kant om. Een kleine minderheid van blanken was met een verzoek bezig een eigen kleine blanke staat in het noorden van Zuid Afrika op te richten. Hier zouden alleen maar blanke mensen gaan leven. Deze poging is mislukt omdat ze zich niet hadden gerealiseerd dat er dan niemand meer was die voor hun schoon kon maken, koken, bedienen en dat er daan geen bewakers of nannys meer zijn. We zien een schoolmotto vaak: “learn to serve”!

Overal waar we rijden word naar ons gekeken en de mensen roepen: “muzungu’s” (blanken) maar ze lachen en zijn erg vriendelijk. Een visser die goed englisch spreekt vertelt ons dat er in de dorpjes nog lang over de rijke blanke mensen word gepraat die met hun westelijken ideen naar Afrika komen. Vorig jaar hadden we drie afgestudeerde jongens aan het Lake Viktoria ontmoet, die drijvende Solar led lampen voor de kleine vissers hadden ontwikkeld en wilden verkopen. Deze zouden de gevaarlijke en dure kerozine lampen vervangen. Het resultaat van deze lampen is in werkelijkheid zo effektief dat de meren erg snel leeg worden gevist ook nu er inmiddels quota’s zijn vastgesteld.

 We zijn onderweg naar Lusaka, de hoofdstad van Zambia waar we de auto weer bij Limo Hans gaan parkeren. Tot volgend jaar. Hoe vaker ik nu hier naartoe reis, des te vaker  heb ik de wens een keer zonder een verschil van huidskleur tussen al de mensen te zijn – een keer met hun visserbootjes s’nacht’s mee gaan, tussen de vrouwen op de marktjes zitten of simpelweg s’ochtends voor een hutje zitten en zien hoe het dorpje wakker word. Just to close the distance!

0 FacebookWhatsappTelegramEmail

We zijn in Samfya beach. Eigenlijk een prachtige plek met een mooi strand.

 Er komen hier echter alleen Zambianen en dat is te merken. Het strand ligt vol dronken Zambianen met flesjes en glas, afval wordt maar gewoon achter “de camping” uitgestrooid en we krijgen de sleutel vam “lodge” 5 voor toilet en douche, maar daar blijkt ’s nachts gewoon iemand te slapen en als Kirstin naar het toet moet, blijkt er al een man op te zitten.  
  

De beheerder vraagt of we brandhout willen voor een kampvuurtje en ja, dat willen we graag. Hij wil er echter euro 20,- voor hebben. Absurt bedrag hier. Toen we onze lekke binnenband lieten plakken moesten we voor 15 min werk ook al € 30,- betalen terwijl het uurloon één euro is. Na wat discussie zeg ik ze dat we blijkbaar een erg dure huidskleur hebben. Dan volgt er wat gelach, halveert de prijs, en hebben we nog steeds véél te véél betaald.

0 FacebookWhatsappTelegramEmail

Noord west Zambia

Dit jaar is onze reis weer iets anders als de vorige jaren. Elke ochtend zitten Vincent en ik vroeg, als de zon opkomt bij de koffie en overleggen hoeveel km we willen maken of liever hoe lang we willen rijden die dag en waar we naartoe rijden.  

 Tot nu toe zijn we veel langs het Lake Tanganyika gereden. Dit betekende slechte rode stoffige wegen, weinig dorpjes, geen steden ( geen supermarktjes) maar aan het eind van de dag steeds weer een verrassend prachtige plek ergens aan het water of met een fantastische uitzicht over het meer.  

 Nu zitten we aan het kleine strand op een Camping in de Ndole Bay, één van de zuidwestelijkste plekjes aan het Lake Tanganijka. Het tijdverschill met Tanzania is een uur en het is net iets na 6:00 dat de zon opkomt. Twee dagen geleden zijn we in Mbala/Mpulungwe vertrokken richting Ndole. Er blijkt na veel contact met mensen die het gebied kennen echt geen shortcut langs het meer door het Sumbwe NP en dus moesten we de 440 km lange erg slechte weg via Mporokosa naar Sumba rijden.  

 Pas in het donker rond  19:00 bereiken we het dorpje en we zijn volgens de GPS nog 873 meter voor de Campsite als er met een luide sis onze rechte voorband leegloopt. Pffff, moe maar wel ook weer grappig wisselen we samen nog het wiel. Nu verheugen we ons echt op een koud biertje en een rustige nacht ( er is op deze wegen veel lawaai in de Laro  – voor de lol meten we soms het geluidsniveau en komen steeds over de 110 decibel uit!!!). 

Pas s’ochtend’s zien we dat het opnieuw een mooie plek is en de slopende weg het waard was.  

 Het is tijd voor een rustdag aan het strand.  

Gelukkig  heeft Craig (de eigenaar) een kleine workshop en wij krijgen een nieuwe binnenband voor het wiel. Uit Sumba laten we ons per boot nog een nieuwe accu meenemen.   

De volgende ochtend vertrekken we op tijd. Omdat we echt niet weer die lange slechte weg terug willen nemen we na 80 km een afslag oost. Geen best idee blijkt al snel. De weg is deels 4×4 en we worden er erg moe van en moeten moeite doen ons te motiveren. Maar, de omgeving is prachtig, we doorcruisen kleine dorpjes waar kindjes in de typisch houten kommen met een grote stamper maismeel staan te stampen. De huisjes zijn prachtig en ook heel mooi beschildert.  

Verrassend dat mensen in deze armoede hier energie voor hebben. 

Uiteindelijk bereiken we rond 16 uur ons doel. De Lumangwe Falls.  

 Tot onze blijdschap zijn we opnieuw alleen en we parkeren onze auto direct naast top van de falls.   

 
  In een baldadige bui gaan we in uitgesleten rotsgaten zitten in de rivierbedding op nog geen 5 meter van de enorme waterval  

 en genieten onze sundowner aan het vuur.   

 FANTASTISCH. 

0 FacebookWhatsappTelegramEmail

We komen vanuit Tanzania (Kipili) en rijden via Sumbasanga. Hier kunnen we voor de laatste keer in Tanzania tanken en nog wat fruit kopen. We maken bijna al onze TZShillingen op.

Omdat het al laat wordt besluiten we ons plan te wijzigen. We wilden vandaag de Zambian zijde van de watervallen bereiken, maar inclusief papierwerk aan de grens wordt dat veel te laat. In onze GPS staat een weg de grens over dus misschien hoeven we niet de dag erop helemaal rond te rijden via de officiele grens.

Rond 17 uur komen we redelijk gaar aan in Kapasua Village. Het laatste deel was weer 4×4 gehobbel. Er blijkt hier helemaal niets te zijn. Een lange stok over de weg is de gate. We denken nog steeds bij een heel mooi uitzicht over de 2de hoogste vrijvallende waterval te kunnen overnachten maar er is hier echt niets. We laten de auto staan en lopen een 200 meter trap naar beneden en staan direct aan de Kalambo falls. De rots is superstijl en 200 meter diep. Op onze buik kruipen we naar de rand om naar beneden te kijken. Geen touw, hek of wat dan ook aan de Tanzaniaanse kant.


 Na een half uur wandelen we terug en besluiten ons Wild Camp 10 km buiten het dorp en de drukte van alle enthousiaste kinderen op te slaan.

De volgende morgen zijn we om 7 uur terug en twee jongens willen ons wel de wandelroute naar Zambia brengen.


 Het pad slingert door het landschap en via een lange maar wiebelige voetgangers brug steken we illegaal de grens en ook de Kalambo rivier over. 

 In Zambia wandelen we door Chiungu Village. Mensen praten hier Bimba. In Tanzania wordt Swahili gesproken. Samen spreken ze  Longwe (might be spelled wrong).  

 Na 2 km komen we aan bij de watervallen en we worden geacht flink te betalen. US$ 60,- dat hebben we niet bij ons. We laten onze laatste TZS zien en na wat gekibbel doet de officer het er voor. 

   
De Zambiaanse kant is echt heel mooi. Daarbij zijn er paden aangelegd met hekken en touwen. De viewpoints geven een fantastisch uitzicht op de diepe waterval.

  

   

 Na een uur wandelen we rustig terug.

Jammer dat de verwachte weg er niet is want nu moeten we zeker 150 km omrijden om bij de grens te komen. 

Een grenspost die nauwelijks iets voor steld en voor de stempels moeten we toch naar Mbale.

We overnachten weer aan de rand van Lake Tanganyika, dit keer bij de Swiss Science Lodge in Mpulungwe.  

  

0 FacebookWhatsappTelegramEmail

Twee jaren geleden zijn we hier in Kipili met een gebroken vooras blijven hangen. Chris en Louise die hier de Lake Shore Lodge en Camping voeren hielpen ons een week lang om een nieuwe onderdeel te krijgen en ons te verzorgen. 

Zij herkennen ons direkt en een weerzin is erg leuk. Intussen zijn er ook een stel Zwitsers en Zuidafrikaans aangekomen, die we onderweg zijn tegengekomen en aan die we dit plekje hier hadden aanbevolen.  

Een heerlijk plekje voor twee dagen lekker uit te rusten, te zwemmen, met interessanten verhalen van anderen mensenen en ons met een lekker eten aan het strand te verwennen.  

  Chris verteld dat de toerisme in Tanzania dit jaar rond 60 prozent minder is dan in andere jaren. De reden hiervoor lijkt Ebola nog steeds te zijn, de onrusten in de buurtlanden zo als in Kenia, Burindi en Kongo en er zijn ook nog verkiezingen dit jaar. Het is niet echt aan te raden in een verkiezingsperiode in een afrikaans land te gaan ook als het in Tanzania geen probleem zou geven. 

Met kanu’s paddeln we naar een klein eiland (100 vierkante meter) om naar een vis te snorkelen die alleen nog in de Lake Tankanyika en hier alleen aan twee plekjes voorkomt.  

 We kennen ons met vissen niet echt uit maar vinden hem wel aan het aangewezen plek en nog veel andere soorten.  

  
 We denken dat we zo midden op het meer alleen zijn als er niet op eens een visserboot naast ons stopt. Vier duikers sprengen in het water en vangen met kleinen handnettjes deze zeldzame  vis. Het komt ons wel vreemd voor en ze verdwijnen ook zo maar weer – maar met zeker 100 van deze vissen. Later vertelt ons Louise verdrietig dat er veel geld voor deze vissen word betaaldt maar de opdrachtgevers zijn nog steeds niet bekendt.

 

We genieten nog de laatse prachtige zonsondergang en vertrekken de volgende morgen in richting Zambia. 

 

0 FacebookWhatsappTelegramEmail

Van dit gedeelte van Tanzania zijn er nauwelijks  wegen in ons GPS (tracks for Africa) te vinden. Op onze landkaart  was wel een kleine gestippelde weg om de Mahale Mountains richting Mpanda en Katavi NP ingetekend. Na een uur steile, rotsige en met diepen gleuven uitgespoelde “weg” ( hier komen echt geen auto’s) – geven we voor het eerst tot nu toe op. Dit gaat het niet 150 km  lang worden. We moeten terug naar Kigoma, blijven nog een nachtje aan de  Jakobson Beach en rijden over een smalle maar goede rode gravel weg  via Uvinza naar Mpanda.


 Onderweg komen we op een plek waar net een ongeluk met een kleine vrachtwagen is gebeurd.  Alle mensen staan er omheen of zitten in de berm – de chauffeur’s kabine is helemaal ingedeukt. We stoppen en vragen van zelfsprekend of we kunnen helpen entegelijk  kijken wij ons aan en denken: wat doen we als er iemand geblesseerd en bloedend of zelfs overleden is? We hebben wel EHBO en ook genoeg van de beschermenden handschoenen mee- maar Aids blijft een groot risiko.  

 Er zijn al veel mensen en we kunnen niets doen.

Een lange rijdag brengt ons naar een mooi wild camp plekje geen twee km voor het Katavi National Park, waar we s’nacht’s al een leopard horen schreeuwen – dat  klinks als hoesten.

We komen op deze reis niet veel natuur parken tegen en het staat ook niet meer boven op onze lijst. Toch verheugen we ons nu erg om de Afrikaanse dieren te zien. Het spotten ervaan blijft spannend en het slapen tussen de gevaarlijken dieren is opnieuw een avontuur. De manier waarmee wij ons kunnen beschermen is altijd tussen het vuur en de Laro te blijven. We verzamelen dus nog brandhout en gaan het park  binnen.  IMG_1766.JPGWij vinden dit natuurgebied prachtig. impalasEr zijn twee meertjes met grote moerassen waar olifanten door het water lopen, pelikanen vissen, bokjes drinken, vele verschillende vogel’s vliegen en vooral de hippo’s in liggen of grazen. hippos and elephantshippo met grasPrachtig omdat je op deze grote vlakten zo ver kunt kijken. We stappen uit en genieten van het uitzicht.elefants with birds Uitstappen mag eigenlijk niet maar dat doen we alleen op vlakten zonder bosjes en we blijven dicht bij of op de auto. Intussen weten we wel dat het de roofdieren over dag te warm is om te jagen.  

 Meestal liggen ze zo maar onder een boom te maffen. Dat betekend niet dat ze niet ook gevaarlijk uitzienkroklion close up

 We hebben hier een van de mooiste overnachtingsplekjes aan een hippopool, tussen zeker 100 nijlpaarden, die s’nachts met enorm kabaal om onze auto lopen om te grazen. hippo slaaptWe slapen nauwlijks en bekijken de dikke lijven met een glimlach in het licht van de maan. Licht van een zaklantaarn vinden nijlpaarden helemaal niets aan, daarvan lopen ze weg of worden erg boos. S’ochtend’s vroeg lopen ze terug naar hun waterplassen. Ook dit is een fantastisch schouwspel hoe ze zich in de modder tegen en over elkaar heen drukken.

 We blijven en genieten enorm van deze twee dagen. Aan het headquater hadden we nog een oude landrover zien “liggen”/staan. Vincent doet een poging de twee achterdeuren voor een goede prijs te kopen maar ook hier wil of kan niemand iets beslissen. Geen success maar grappig was het toch. Ik klets wel nog zo lang tot we een nieuwe hoes voor ons reservewiel van hun krijgen. Ook leuk.

0 FacebookWhatsappTelegramEmail

De Mahale Mountain NP ligt 150 km ten zuiden van Kigoma en is een 1500 km/2 groot beschermd gebied. Het ligt als een half eiland in het Lake Tanganyika en is doortrokken door de Mahale bergen met een dichtbegroeid regenwoud. De hoogste berg is Mount Nkungwe met 2.516 meter.

Een Japanse onderzoeker was sinds 1961 bezig om het leven van de Chimpansees, die hier in het wild leefden te onderzoeken. Het gebied was t/m 1980 bewoont  door mensen uit de Kongo van de stam Tongee”. In 1980 werden alle mensen in dorpjes buiten het gebied “verplaatst” en het Mahale Mountain National Park opgericht. Een Japans onderzoek station is hier nog steeds.

80 verschillende soorten apen kun je hier vinden. Intussen leven hier 1700 wilde Chimpansees in verschillenden groepen van tussen 50 en 100 dieren. Alleen één groep (ongeveer 60 Chimpansee’s) van deze schuwe dieren is voor onderzoek gehabiteerd (aan de aanwezigheid van de mens gewend). Elke groep heeft een eigen territorium en dat van deze ligt in een kring van 33 vierkante km rond het research station.

We zijn helemaal blij dat we na de mooie maar zeker ook vermoeiende weg van Kighoma het vliegveld bij Kilolwa bereikt hebben.

Het duurt bijna een uur bang afwachten of Nick oud genoeg is om mee naar de Chimpansee’s te mogen. We wisten voor ons vertrek al dat het een risico is maar: risico is soms ook rendement (-; Drie mensen zijn ermee bezig om met het management en het headquater een weg voor ons te laten vinden. Zooo vriendelijk!

Nick is op het inschrijfformulier nu 12, en daarmee oud genoeg, en wij zijn erg gelukkig.

Peter, onze gids, brengt ons met een klein boot 14 km verderop naar een klein strandje waar ook de Banda’s (hutjes) voor de overnachting staan.

Omdat we pas morgenvroeg onze trek kunnen beginnen liggen we de resterende middag lekker aan het strand. We zijn de enigen gasten – de staff hier heeft een islamitische vrije dag en Peter moet nog eens terug naar het hoofdkwartier.

Daarom zwemmen we in ons blootje, zwembroeken hebben we hier niet bij ons, en voelen ons heerlijk in deze ongerepte natuur. Opeens landt geen twee meter van ons een pelikaan. pelikaanWe hebben veel respect  voor deze vogel, die nog groter is dan een zwaan en een erg scherpe snavel heeft. We weten wel dat we in zijn territorium zijn maar het duurt toch wel een uur tot we hem overtuigt hebben vandaag iets verder op te gaan vissen.pelikaan vertreiben

Voedsel moesten we zelf meenemen en ’s avonds koken we Spaghetti met tomatensaus en gaan vroeg slapen. We willen morgen om zeven uur vertrekken.

Een kleine weg voert ons in de dichte regenwoud.

 Overall ritselen de bladeren van de dikke palmen (bijzonder hier in het regenwoud) en Parasieten bomen met hun langen wortelen –

 Verschillende kleine aapjes springen tussen de bomen. door de buschAl na drie kilometer horen we het geschreeuw van Chimpansee’s en iets verder op zien we de eerste in de bomen. uitgelicht fotoGaaf. twee chimpsEen jong mannetje klimt naar beneden en loopt Kris bijna over de voeten. chimp op rug

chimp teddyEen paar jaren geleden hebben ze hier 11 Chimp’s verloren omdat ze door een verkouden toerist werden geïnfecteerd. Nu moet je indien mogelijk een afstand van 10 meter van de primaten houden en we moeten  in hun buurt een monddoekje dragen.

 nick en teddyMet de hoop dat ze ons naar de grote groep leiden volgen we hun langzaam. Maar de groep is verspreid, we horen ze hier en daar en vinden nog enkele, die aan een vijgenboom vreten.  chimp im feigenbaumwij bij chimps

 Een kleintje klimt en turnt geen twee meter voor ons en kijkt stoer naar ons.

Om ze niet verder te storen moeten we ze na 1 1/2 uren weer verlaten en wandelen, zeer onder de indruk, weer terug naar het kamp. Mooi dat we dit samen  mochten beleven. Erg mooi.

0 FacebookWhatsappTelegramEmail

Allthough the locals we asked told us there is no road from Kigoma to Mahale NP, we decided to give it a try.

In Kigoma there are plenty of little shops, so we buy food for five days. Water is not going to be a problem since we are driving along the shore of Lake Tanganiyka.

We take a right, two kilometers after the railroad crossing and start driving south.  The gravel road is  surprisingly good. We need to take a ferry and see that the old ferry has retired and we can use the new one. It has capacity for 6 cars and cost TZS 6.500,-


Because there is no traffic at all, except some Boda Boda’s and bicycles we are not bothered by the usual red dust and we enjoy the scenery. The road is sometimes rockey but most of the te gravel with potholes. We buy some tomato in Sigunga village and from here there is a speedboat which brimgs you to Mahale NP if you want. We don’t and drive on.


We take our time and after we pass through Harembe village the road gets a bit worse. Another 3 km later we see a beautiful bounty beach and decide to stop here for lunch and a swimm.


We got warned that we should have some tough river crossings after Kapare/Msenga, but we’re surprised to see that their are to tall steel bridges.

The villages get smaller and now the only traffic we see are the locals walking on the road to get water. We enter Rukoma village and from there is no road anymore.

We drive on a walkway and have just enough width for our car. The grass has a kind of to spore track, so once in a while there must be a car passing through here.

After a river crossing, the river has 20 cm of water, we decided to spent the night on a hill near the Buhinay / Mugambo secondary school. The view is breathtaking. At three sites there is the lake and in the south we see the Mahale Mountains. The principal of the school introduces himself and we as a thank you we print him a little picture with the LG photo printer. He loves it.

The next morning he shows us “the way” to Tuungane office. This is the housing of the NGO’s; Frankfurter Geological Society, the Pathfinder and the Nature Conservation. This sounds allike a big building but it is really nothing. The people are very surprised that we are here with a car. They have a boat with a big sponsored motor and offer to bring us to the Mahale gate. But we decline and continue our way.

We drive very slow now and we have to ask the way every couple of humdred meters because there is no way. The local kids are yelling Mzungwe, Mzungwe and climb on our car.


We keep passing through little villages where the people are very friendly. The “road” leads us through Banana trees and palms. 

  It is so small now that it scratches our car. So do not go here with a rental.


Thanks to the help of a lot of locals and after we take two more river crossings we finally arrive at the Kalolwa Airstrip around 13:00 hours.

From here it is not possible to drive any further. There is a little village called Karilan, the last village before Mahale, but there is no way or path from there into Mahale. The last possibility to get in, is from this airport were we are now.

Allthough Nick only is 11 years old and the minimum age is twelve, they give us permission to enter. The men find we deserve this permit for all the effort we put in to get here by car. “Very unusual”.

Visitors normally only go to Mahale bij boat from Kigoma or by plane from Arusha, Mwanza or Dar es Salaam.

The boattrip takes 40 minutes and the roundtrip cost US$ 110,-   We stay a night at the Mango Tree Bandas.

This trip is uploaded to Tracks4Africa July 2015.

Ps: we tried to drive from here to Mpanda. There is a “road” through the mountains. Here for, you take a right just after the tall steel bridge, but after one hour driving we turned. The road are only rocks and we find it impossible to drive and turn around.
Feel free to write if you have questions about this road.

0 FacebookWhatsappTelegramEmail